Blog Image

Artikelen Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt

Over de artikelen

Iedere maand verstuurt Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt een gratis nieuwsbrief aan abonnees. Hierin staat, naast praktijkinformatie, telkens een artikel over het grootbrengen van hoogbegaafde kinderen. Voorbeelden van deze artikelen vindt u op hier. Ook de gratis nieuwsbrief ontvangen? Stuur een mailtje naar: info@adviesbureauhoogbegaafdheid.nl Bezoek ook onze website: http://www.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl

Depressie bij jongeren

Uncategorised Posted on Tue, July 28, 2020 15:49

Elke tiener heeft weleens een dipje. Pubers zijn vaak de gehele puberteit onzeker: vriendschapsrelaties veranderen, hun lichaam verandert, hun contact met hun ouders verandert. Ze zijn druk bezig met de vraag of ze er wel bij horen, of hun cijfers wel goed genoeg zijn en of hun lichaam zich wel naar wens ontwikkelt. Dat is heel normaal.

Maar soms wordt de somberheid te groot, te heftig en duurt hij te lang. Vaak gaat hieraan een moeilijke periode vooraf: een sterfgeval in de familie, echtscheiding van de ouders, gepest worden… Sombere gevoelens lijken dan heel normaal. Maar als deze te ernstig zijn en te lang aanhouden, kan er sprake zijn van een depressie. Er spelen dan niet alleen nare gebeurtenissen mee, maar ook biologische, psychische en sociale factoren.

Bij jongeren kan een depressie lastig te herkennen zijn. Soms staat de somberheid niet duidelijk voorop en zien de ouders en docenten bijvoorbeeld dwarsheid en prikkelbaarheid. Ze denken dan eerder dat het kind gewoon in een opstandige fase zit en wijten dat aan de puberteit. Pas als een jongere op een dag zijn bed niet meer uitkomt, wordt voor de omgeving duidelijk dat er meer aan de hand is.

Jongeren met een depressie beleven nergens plezier meer aan. Ze raken hun vrienden kwijt of sluiten zich zelf voor hen af, hun schoolprestaties hollen achteruit en ze maken thuis vaak ruzie.

Als een tiener een depressie heeft, of als hij moeite heeft om te gaan met tegenslagen, of er te veel tegenslagen tegelijk komen, is het belangrijk dat hij over zijn gevoelens en problemen kan praten met iemand die hij vertrouwt. De problemen en onzekerheden moeten serieus worden genomen en niet worden gebagatelliseerd. Sommige jongeren kunnen goed met hun ouders praten, anderen doen dat – juist op deze leeftijd – liever niet.

Probeer als ouder of vertrouwenspersoon te ontdekken of de somberheidsklachten (deels) zijn ontstaan als reactie op een bepaalde gebeurtenis of een bepaald probleem dat kan worden aangepakt. Als je kind bijvoorbeeld niet sterk genoeg is in de sociale vaardigheden, en zich daardoor een sukkel voelt, kan een training in deze vaardigheden hem enorm veel hoop bieden.

Ook afleiding – leuke dingen doen – kan helpen en kan voorkomen dat de jongere alcohol of drugs gaat gebruiken bij wijze van zelfmedicatie. Voldoende daglicht en voldoende lichaamsbeweging helpen ook. Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat regelmatig hardlopen net zo goed kan werken tegen een depressie als medicatie of therapie! Ook is het goed op een normale tijd naar bed te gaan en op een normale tijd op te staan. Als een jongere zijn dagritme omgooit – overdag slaapt en ’s nachts wakker is – krijgt hij te weinig daglicht, wat negatieve effecten heeft op de somberheid. Maar ’s nachts lijkt ook alles erger. In het donker is alles angstiger en negatiever – iets wat we hebben overgehouden aan de tijd dat de eerste mensen ’s nachts gevaar liepen voor roofdieren.

Wordt het dipje van je kind een Dip en gaan de klachten niet over? Aarzel dan niet om professionele hulp te zoeken. Deze hulp bestaat meestal uit therapie, soms samen met medicatie. Veel jongeren hebben in het begin weinig vertrouwen in de therapie, maar na verloop van tijd gaan ze toch hun depressieve gevoelens overwinnen en krijgen ze weer plezier in de dingen die ze doen.



Dyslexie bij een hoogbegaafd kind

Artikelen Posted on Mon, June 29, 2020 15:27

‘Hoezo hoogbegaafd? Ze haalt C- en D-scores voor lezen en spellen. En B-scores voor rekenen.’

‘Hoezo dyslexie? Hij haalt keurige C-scores voor spelling. Natuurlijk heeft hij geen extra begeleiding gehad!’

Ook hoogbegaafde kinderen kunnen dyslexie hebben en het een kan het ander maskeren. Een leerling lijkt dan heel gemiddeld, maar kan fikse emotionele problemen ontwikkelen.

Hoe herken je dyslexie nu bij een hoogbegaafd kind?

Kijk vooral niet alleen naar de prestaties op school: die komen meestal niet overeen met die van andere kinderen met dyslexie. Kom niet pas in actie als een kind twee E-scores heeft behaald. C-scores zijn bij een hoogbegaafd kind niet normaal. Zo’n score ligt twee tot zelfs drie standaarddeviaties beneden zijn eigen gemiddelde niveau. Hier kunnen ook andere oorzaken voor zijn, zoals verveling, faalangst en onderpresteren, maar dyslexie heeft specifieke kenmerken.

Kinderen met dyslexie hadden als kleuter vaak moeite met rijmen en het onthouden van liedjes. In groep 3 hadden ze moeite met hakken en plakken, deelden ze lettergrepen raar in of vonden ze dat lettergrepen niet bestonden. Ze spreken woorden soms fout uit, husselen woorddelen of zinsdelen door elkaar, of hebben moeite op een woord te komen. Ze zeggen soms een woord dat lijkt op het woord dat ze bedoelen, in klank of in betekenis. Ze zeggen bijvoorbeeld ‘oceaan’ als ze ‘vulkaan’ bedoelen, of ze lezen ‘auto’ als er ‘vrachtwagencombinatie’ staat. In dat laatste geval maken ze gebruik van de context om de betekenis van het onleesbare woord te achterhalen. Het begrijpend lezen gaat vaak prima. Ze lezen vaak ook correct, maar wel langzaam. Dit valt vooral op bij het hardop lezen, waarbij soms ook moeite met de intonatie naar voren komt.

Niet alleen vallen (relatieve) problemen met het hardop lezen en de spelling op, ook bij het rekenen zijn er vaak relatieve problemen met het automatiseren en met het ontcijferen van verhaaltjessommen.

Bij een dyslexieonderzoek bij Pluspunt kijken we naar verschillende factoren: zijn er andere redenen voor de relatieve achterstand, hoort het kind toevallig bij de zwakste 10% lezers of spellers, valt het kind door de mand als er onzinwoorden moeten worden gelezen en er dus niet meer kan worden geraden wat er staat, is er een groot verschil tussen de lees- en spellingprestaties en de intelligentie, is er een zwakke ontwikkeling van de benoemsnelheid, het werkgeheugen of de fonologische vaardigheden? Bij dyslexie draait het vaak om die laatste onderliggende vaardigheden, al zijn ook deze bij hoogbegaafde kinderen met dyslexie vaak wat beter ontwikkeld dan bij niet-hoogbegaafde kinderen met dyslexie. Bij fonologische problemen zijn de oren goed, maar verwerken de hersenen de klanken niet zoals zou moeten. Het kind hoort bijvoorbeeld niet het verschil tussen de ‘eu’ en de ‘ui’, maar een hoogbegaafd kind zou deze klanken toch goed kunnen spellen als hij het woordbeeld heeft geautomatiseerd. Mochten deze zaken niet spelen, dan checken we ook of er aanwijzingen zijn dat de ogen niet goed samenwerken. Dit kan eveneens een reden zijn voor leesproblemen en is relatief eenvoudig op te lossen. Het is geen dyslexie, al lijken de symptomen op het eerste gezicht wel op elkaar.

De juiste begeleiding kan secundaire problemen zoals een laag zelfbeeld, faalangst en schoolweigering voorkomen.

Dus als u twijfelt of uw intelligente kind of leerling kampt met leesproblemen, aarzel dan niet om contact op te nemen.



Een tussenjaar!

Artikelen Posted on Mon, January 06, 2020 11:56

Kan je kind tegen het einde van de middelbare school niet kiezen welke studie hij wil doen? Is hij te laat met inschrijven of weet hij helemaal nog niet of hij wel wil gaan studeren? Dan zijn er verschillende mogelijkheden.

High school year
Een jaar op een middelbare school in Amerika doorbrengen en wonen in een gastgezin. Nieuwe vriendschappen en internationale ervaring opdoen, daar gaat het om. Dat diploma heb je toch al op zak. Je wordt ondergedompeld in de taal en de cultuur en leert het land zo goed kennen. Een ervaring die je nooit meer vergeet én goed voor je CV.

Werken
Een jaar in de supermarkt, bij een land- en tuinbouwbedrijf, in de schoonmaak of in de horeca. Geld verdienen voor je toekomst, arbeidsethos opdoen én merken dat je dít waarschijnlijk niet de rest van je leven wilt, zodat je toch maar gaat studeren.

Vrijwilligerswerk
Als vrijwilliger aan de slag in eigen land, of in een ontwikkelingsland. Wandelen met ouden van dagen, hondenhokken schoonspuiten, kinderen Engels leren of baby’s verzorgen in een kindertehuis. Verschillende organisaties regelen je reis en verblijf (wel op eigen kosten), zodat je ouders zich geen al te grote zorgen over je veiligheid hoeven te maken.

Backpacken
In je eentje de wereld rond is op deze leeftijd wellicht nog wat te eng, maar met je beste vriend of vriendin backpacken door Europa moet kunnen. Reis met de trein en de bus en overnacht in jeugdhostels, waar je volop informatie vindt over wat er in de omgeving te doen is. In een hostel vind je meestal ook gratis WiFi, zodat je contact kunt houden met het thuisfront.

Therapie
Jongeren die erg besluiteloos, faalangstig of bijvoorbeeld gameverslaafd zijn, besluiten ook weleens een tussenjaar te gebruiken om nu eens korte metten te maken met die belemmerende gedachten en gewoonten. Ze volgen een faalangsttraining, laten zich behandelen of gaan naar een coach om uit te zoeken wat ze nu écht willen. Zo kunnen ze goed voorbereid beginnen aan de studie van hun keuze.

Kortom: mogelijkheden te over. Een tussenjaar hoeft écht geen verloren jaar te zijn. Vaak doet een jongere in zo’n jaar ervaringen op waar hij zijn leven lang plezier van heeft.

Een online workshop volgen om te ontdekken wat je wilt? Kijk eens hier: https://soofos.nl/cursus/volg-je-droom/?ref=204



Andere vormen van onderwijs

Uncategorised Posted on Mon, December 16, 2019 14:52
Mensen, Meisjes, Vrouwen, Studenten, Vrienden, Studie

Sommige hoogbegaafde kinderen passen niet goed in het reguliere onderwijs. Een school voor fulltime hoogbegaafdheidsonderwijs kan een uitkomst zijn, maar is niet altijd in de buurt. Of je kind scoort niet hoog genoeg om te worden toegelaten, door emotionele problemen die misschien júíst zijn ontstaan door een mismatch tussen kind en regulier onderwijs. In dit artikel dus nog enkele andere opties.

De democratische school

Bij democratische scholen hebben de leerlingen een zeer grote stem in beslissingen over kleine dagelijkse zaken en over grote schoolbrede zaken. De democratische scholen verschillen onderling sterk in organisatie, pedagogische overtuiging en methode van onderwijs.
Op een school zitten, net als in de echte maatschappij, kinderen en volwassenen met verschillende ideeën en interesses door elkaar. Op democratische scholen waardeert men elk kind om wie hij is. De kinderen leren ieder voor zich wat zij zélf belangrijk vinden en hoe ze met problemen kunnen omgaan. Hierdoor ontwikkelen ze zelfvertrouwen en durven ze initiatief te nemen.
Let op: in Nederland worden niet alle democratische scholen door de inspectie als ‘school’ aangemerkt. Ouders van kinderen die naar een school gaan die wettelijk geen ‘school’ is, kunnen een boete krijgen.
Ga altijd zelf kijken op een school. Hangt er een fijne sfeer? Zie je gemotiveerde leerlingen die leren en onderzoeken, met leraren die hen begeleiden, of zie je jongeren die de héle dag aan het gamen zijn? Laat je kind ook zelf kijken waar hij het fijn vindt.

IVIO@school

Voor kinderen die wegens lichamelijke of psychische klachten of ernstige gedragsproblemen tijdelijk niet naar school kunnen, is het helemaal zelf (alleen) thuis doorwerken van de methodes van de eigen school vaak geen goede oplossing. IVIO@school helpt deze kinderen met een begeleid programma voor thuisonderwijs, dat eventueel ook in delen te volgen is. De kinderen blijven ingeschreven op de eigen school, die ook verantwoordelijk blijft voor het kind. Doel is altijd terugkeer op de eigen school.

IVIO-wereldschool

Dit is Nederlands afstandsonderwijs voor kinderen die reizen of geëmigreerd zijn. De kinderen volgen dan thuisonderwijs volgens het Nederlandse systeem. Dit is beschikbaar voor zowel basisscholieren als middelbare scholieren en eindigt met de Citotoets of het staatsexamen. Sommige ouders van hoogbegaafde kinderen kiezen bewust voor emigratie naar een land waar thuisonderwijs is toegestaan.

Feniks Talent/Spirare/Maatwerk Autisme e.d.

Bij deze voorzieningen worden hoogbegaafde drop-outs opgevangen. Ze volgen dagbesteding en soms het programma van de eigen school op afstand, terwijl ze leren hun talenten te ontdekken en doelen te stellen voor de toekomst. Ook hier is het doel om (indien mogelijk) weer terug te keren naar de eigen school.



Zit nou eens stil!

Artikelen Posted on Mon, October 21, 2019 13:09

‘Zit nou eens stil!’ is een veel gehoorde uitroep van ouders en leerkrachten van kinderen met ADHD, ADD, autisme en sensorische integratieproblemen. Maar is het eigenlijk wel de bedoeling dat deze kinderen stil zitten? Helpen we ze daarmee?

Kinderen met ADHD hebben heel veel energie en die zoekt hoe dan ook een uitweg. Het is voor deze kinderen vaak onmogelijk helemaal stil te zitten, dus is het eigenlijk oneerlijk het van ze te verwachten.

Kinderen met ADD hebben het wiebelen en frunniken vaak nodig om mentaal wakker te blijven. Als ze níet bewegen, blijven ze niet bij de les.

Kinderen met autisme bewegen vaak om hun angsten de baas te blijven. Door beweging voert het lichaam de stresshormonen af. Dit omdat angst het lichaam aanzet tot vluchten of vechten en dit in de klas natuurlijk niet zo handig is en dan ook meestal niet ten uitvoer wordt gebracht. Het lichaam blijft dan zitten met die stresshormonen, waardoor de angst in stand blijft. Bewegen, gewoon op je stoel, helpt hiertegen.

Bij kinderen met sensorische integratieproblemen komen sommige prikkels (geluid, licht e.d.) te hard binnen en andere juist te zacht. Zo kan een kind geregeld gaan verzitten omdat de stoel pijn doet aan zijn rug, omdat zijn kleding prikt of omdat zijn werkblad door de schittering van de zon onleesbaar wordt. Of het kind beweegt, net als het kind met ADD, omdat bijvoorbeeld de stem van de juf niet hard genoeg klinkt om ‘wakker’ te blijven.

Energizers in de klas kunnen helpen: kleine lichamelijke oefeningen om weer even wakker te worden. Daarnaast bestaan er verschillende materialen om tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van kinderen: bijvoorbeeld Tangles om de handen bezig te houden en wiebelkussens om de romp onopvallend te kunnen bewegen.



Trek je kind uit die comfortzone!

Artikelen Posted on Mon, May 27, 2019 11:02

Stel: je zit vooraan in een zaal met tweehonderd vakgenoten die je niet
kent. De spreker vertelt over het belang van mindset bij het bereiken van successen. Opeens wijst hij jou aan en vraagt hij je naar voren te komen en iets te vertellen over jouw grootste mislukking, jouw epic failure op het werk.

Wat dan?

Blijf je zitten? Schud je met een rood hoofd van ‘nee’? Fluister je tegen de vrouw naast je dat de spreker háár bedoelt? Omdat je in paniek raakt bij het idee zonder enige voorbereiding te moeten spreken in het openbaar? Omdat het zweet je uitbreekt, je hart bonkt en je plotseling vreselijk moet plassen?

Of denk je: ‘nou goed, dat is een beetje eng, maar ik zet me er wel overheen?’

Of is dit voor jou gesneden koek, klim je wel vaker op een podium, kun je lachen om jezelf en is het dus totaal geen uitdaging meer?

In het eerste geval zit je in de paniekzone: de opdracht is te groot, te
bedreigend en dus blokkeer je. In het tweede geval zit je in de leerzone: hier
durf je nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ze zijn nog wel spannend, maar je bent er aan toe. In het laatste geval zit je in de comfortzone. Hier is de opdracht geen uitdaging meer voor je, niets nieuws onder de zon.

We gebruiken hier het voorbeeld van spreken in het openbaar, maar het systeem werkt hetzelfde voor kinderen en hun schoolwerk. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een heel grote comfortzone. Bijna alles is te makkelijk en gaat vanzelf. Hierdoor hebben ze niet geleerd dat fouten maken normaal is. Als gevolg hebben ze vaak ook een flinke paniekzone: bestaat er een kans dat ze fouten gaan maken of een opdracht niet in één keer lukt, dan is het al snel te bedreigend en blokkeren ze.

Wat je wilt bereiken, is dat je kind of leerling zoveel mogelijk in die leerzone gaat rondhangen, maar voor veel hoogbegaafde kinderen is die – wanneer je hiermee aan de slag gaat – nog heel smal. Werk vanuit de comfortzone dus voorzichtig naar de leerzone en probeer die dan zo breed mogelijk te maken. Denk aan de zone van ‘naaste ontwikkeling’: kent het kind de tafel van 1, leer hem dan de nog onbekende tafel van 2. Die is nieuw, maar niet buitengewoon bedreigend. Als je na de tafel van 1 echter overstapt op worteltrekken, schiet het kind waarschijnlijk wel direct de paniekzone in. Maak de paniekzone kleiner, door in de leerzone meer te oefenen met moeilijke en spannende dingen, mét voldoende steun van jouw kant.

Spreekbeurten houden wordt gemakkelijker naarmate je het vaker doet. Maar het helpt ook als de juf of meester je helpt een opzetje te maken voor de inhoud van je spreekbeurt, dat aansluit bij het niveau van je klasgenoten. Onvoldoendes halen voor toetsen went uiteindelijk ook, maar dat gaat een stuk makkelijker als iemand je de eerste keren opvangt en zorgt dat je realistisch blijft over de ernst hiervan. En moeilijke opdrachten uitvoeren wordt een stuk gemakkelijker als iemand je doorzettingsvermogen aanspreekt en laat merken dat hij er
vertrouwen in heeft dat je het kunt. Vertrouwen reikt heel ver. Kinderen voelen het aan. En als jij erop vertrouwt dat ze het kunnen, doen ze dat zelf ook.



Driftbuien

Artikelen Posted on Mon, May 06, 2019 13:22

Geregeld zien wij ouders die zich ernstige zorgen maken over de woedeaanvallen van hun kind. Het kind gedraagt zich op school keurig, maar kan thuis om het minste of geringste ontploffen. Of het gaat thuis juist hartstikke goed, terwijl de ouders van school te horen krijgen dat hun kind geregeld driftbuien heeft en andere kinderen slaat. En als het helemaal tegenzit, heeft het kind zowel thuis als op school regelmatig zijn gedrag niet onder controle.

Driftbuien zijn ontzettend lastig voor de omgeving, maar ook voor het kind zelf. Ouders en leerkrachten geven vaak aan het kind tijdens een uitbarsting niet te kunnen ‘bereiken’. Ze kunnen op zo’n moment niet tot hem doordringen, dus weten ze ook niet wat ze eraan kunnen doen. En het kind zelf schaamt zich na afloop vaak over het verlies van controle.

Deze kinderen beweren tegenover ons hulpverleners dan ook vaak dat ze helemaal nooit boos worden. ‘Nee hoor, dat heb ik niet.’ Pas als we aangeven dat de ouders of school ons hebben verteld dat dit weleens gebeurt en we het kind daarbij laten merken dat we hem gewoon accepteren en dat we ook wel snappen dat je soms heel erg boos kunt worden, geven ze toe. Onze taak is vervolgens ze te helpen ontdekken hoe ze kunnen voorkomen dat ze zó boos worden dat ze ontploffen: door
de signalen van toenemende irritatie bij zichzelf te herkennen en eerder aan de noodrem te trekken. We gebruiken daarbij een woedethermometer: bij welk cijfer ben je geïrriteerd, een beetje boos, best wel boos en waar ontplof je? Bij welk cijfer kun je dus beter uit de situatie stappen en iets anders gaan doen voor het te laat is? En hoe pak je dat aan?

Ouders en leerkrachten kunnen het kind helpen door te letten op signalen van irritatie. Zie je dat het kind boos wordt, help hem dan herinneren iets anders te gaan doen. Als het net ging om een terechtwijzing van jouw kant, geef dan aan dat jullie het er later nog over zullen hebben, als jullie allebei kalmer zijn. Als jullie midden in een meningsverschil zitten en je kind onttrekt zich aan de situatie, ga hem dan niet achterna. Dit heeft hij nodig om een woedeaanval te voorkomen. Ga je toch door en ontploft het kind? Dan kun je er op dat moment niets aan doen dan hem te laten uitrazen (zolang dat veilig blijft). Boos worden en eisen stellen helpt op zo’n moment zeker niet. Troosten soms wel. Want dat is wat er vaak achter die boosheid zit: verdriet en machteloosheid.

Accepteer het kind zoals hij is, met driftbuien en al. Benader hem positief, met praten in plaats van straffen. Dat praten kan kort en met een positieve boodschap over de persoonlijkheid van het kind: ‘Ik vind je een hele lieve jongen, maar je mag je zusje niet slaan. Het doet haar pijn en ze is kleiner en minder sterk dan jij, dus dat is niet eerlijk. Als ze je dwarszit en je weet niet hoe je het moet oplossen, zeg het dan tegen mij, dan kom ik je helpen.’ Zo leert je kind niet alleen dat je hem lief vindt, maar ook dat je een betrouwbaar persoon bent om op terug te vallen. Hij leert dat hij om hulp mag vragen én hij leert nieuwe sociale vaardigheden door naar jouw oplossingen te kijken.



Onderpresteren II

Artikelen Posted on Mon, February 25, 2019 10:54

Voor het onderpresterende kind is begrip de eerste stap. Op veel scholen wordt een kind niet toegelaten tot een plusklas als hij niet alleen A-scores haalt in het leerlingvolgsysteem. Vaak mag het kind ook geen verrijkingswerk maken als hij niet alleen A-scores heeft. Hoe hoog zijn IQ ook is. Dát is in feite een ontzettend slecht beleid voor hoogbegaafde kinderen en het schokt me eigenlijk elke keer weer als een school dit beleid gebruikt. Hoogbegaafde kinderen die géén A-scores halen, hebben dat verrijkingswerk en die plusklassen juist het aller hardst nodig. Juist door ze die extra uitdaging te bieden, kun je ze motiveren voor school en zo onderpresteren tegengaan.

De oplossing van onderpresteren ligt niet in straffen of dwingen. Het kind moet zijn motivatie voor leren terugvinden en in eerste instantie lukt dat alleen door hem iets te laten doen dat hem zélf interesseert. Als hij gemotiveerd is geraakt op zijn eigen interessegebied, kan dit voorzichtig weer worden uitgebouwd naar schoolse taken. Hoe meer de leerling vervolgens meewerkt, hoe meer vrijheid om met het eigen interessegebied bezig te zijn daar tegenover staat.

Als je naar de literatuur over onderpresteren kijkt, zie je eigenlijk altijd dat
de grootste stappen door de ouders zullen moeten worden genomen. Zij moeten de opvoeding anders aanpakken en de band met hun kind – die door het onderpresteren vaak enorm verslechterd is – versterken. Het goede nieuws voor hen is dat ze vanaf nu een veel gemakkelijker, minder stressvol leven krijgen. Ze hoeven hun kind niet meer helemaal zelf aan te sturen. Ze mogen achterover leunen en de verantwoordelijkheden van het kind bij het kind leggen. Voor zover dat bij zijn leeftijd past, natuurlijk. ‘Huiswerk niet af? Ik ben benieuwd wat de juf daarvan zal zeggen.’ ‘Een onvoldoende? Vervelend voor je.’ ‘Je wilt het de volgende keer beter doen? Hoe kun je dat aanpakken? Ga maar een planning maken en laat het me maar weten als ie af is.’

In het ergste geval kán een hoogbegaafde leerling tijdelijk of voorgoed écht niet meer naar school. Sommige kinderen maken liever een einde aan hun leven dan nog langer naar school te moeten. En altijd zijn er dan weer mensen die zeggen: ‘ja, maar je kunt zo’n kind toch niet gewoon thuishouden, zo’n kind moet toch gewoon naar school?’ Met de nadruk op ‘gewoon’. Realiseer je wat belangrijker is: dat het kind naar school gaat, of dat het kind in leven blijft?

Gelukkig zijn er in Nederland inmiddels enkele instanties waar deze kinderen terechtkunnen. Een daarvan is Feniks Talentbegeleiding, in Utrecht. Hier worden hoogbegaafde drop-outs opgevangen en leren ze om hun eigen talenten en interesses te ontdekken en weer zin te krijgen in het leven. In veel gevallen kunnen ze na verloop van tijd weer leren en halen ze hun eindexamen. In sommige gevallen ook niet. Maar opvallend genoeg komen veel van de kinderen die helemaal zijn losgelaten uit het schoolsysteem op eigen houtje tot wonderbaarlijke prestaties. Menig ex-drop-out haalt het nieuws door een geweldige uitvinding of nuttige missie. Er is dus altijd hoop!



Next »