Blog Image

Artikelen Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt

Over de artikelen

Iedere maand verstuurt Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt een gratis nieuwsbrief aan abonnees. Hierin staat, naast praktijkinformatie, telkens een artikel over het grootbrengen van hoogbegaafde kinderen. Voorbeelden van deze artikelen vindt u op hier. Ook de gratis nieuwsbrief ontvangen? Stuur een mailtje naar: info@adviesbureauhoogbegaafdheid.nl Bezoek ook onze website: http://www.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl

Een tussenjaar!

Artikelen Posted on Mon, January 06, 2020 11:56

Kan je kind tegen het einde van de middelbare school niet kiezen welke studie hij wil doen? Is hij te laat met inschrijven of weet hij helemaal nog niet of hij wel wil gaan studeren? Dan zijn er verschillende mogelijkheden.

High school year
Een jaar op een middelbare school in Amerika doorbrengen en wonen in een gastgezin. Nieuwe vriendschappen en internationale ervaring opdoen, daar gaat het om. Dat diploma heb je toch al op zak. Je wordt ondergedompeld in de taal en de cultuur en leert het land zo goed kennen. Een ervaring die je nooit meer vergeet én goed voor je CV.

Werken
Een jaar in de supermarkt, bij een land- en tuinbouwbedrijf, in de schoonmaak of in de horeca. Geld verdienen voor je toekomst, arbeidsethos opdoen én merken dat je dít waarschijnlijk niet de rest van je leven wilt, zodat je toch maar gaat studeren.

Vrijwilligerswerk
Als vrijwilliger aan de slag in eigen land, of in een ontwikkelingsland. Wandelen met ouden van dagen, hondenhokken schoonspuiten, kinderen Engels leren of baby’s verzorgen in een kindertehuis. Verschillende organisaties regelen je reis en verblijf (wel op eigen kosten), zodat je ouders zich geen al te grote zorgen over je veiligheid hoeven te maken.

Backpacken
In je eentje de wereld rond is op deze leeftijd wellicht nog wat te eng, maar met je beste vriend of vriendin backpacken door Europa moet kunnen. Reis met de trein en de bus en overnacht in jeugdhostels, waar je volop informatie vindt over wat er in de omgeving te doen is. In een hostel vind je meestal ook gratis WiFi, zodat je contact kunt houden met het thuisfront.

Therapie
Jongeren die erg besluiteloos, faalangstig of bijvoorbeeld gameverslaafd zijn, besluiten ook weleens een tussenjaar te gebruiken om nu eens korte metten te maken met die belemmerende gedachten en gewoonten. Ze volgen een faalangsttraining, laten zich behandelen of gaan naar een coach om uit te zoeken wat ze nu écht willen. Zo kunnen ze goed voorbereid beginnen aan de studie van hun keuze.

Kortom: mogelijkheden te over. Een tussenjaar hoeft écht geen verloren jaar te zijn. Vaak doet een jongere in zo’n jaar ervaringen op waar hij zijn leven lang plezier van heeft.

Een online workshop volgen om te ontdekken wat je wilt? Kijk eens hier: https://soofos.nl/cursus/volg-je-droom/?ref=204



Andere vormen van onderwijs

Uncategorised Posted on Mon, December 16, 2019 14:52
Mensen, Meisjes, Vrouwen, Studenten, Vrienden, Studie

Sommige hoogbegaafde kinderen passen niet goed in het reguliere onderwijs. Een school voor fulltime hoogbegaafdheidsonderwijs kan een uitkomst zijn, maar is niet altijd in de buurt. Of je kind scoort niet hoog genoeg om te worden toegelaten, door emotionele problemen die misschien júíst zijn ontstaan door een mismatch tussen kind en regulier onderwijs. In dit artikel dus nog enkele andere opties.

De democratische school

Bij democratische scholen hebben de leerlingen een zeer grote stem in beslissingen over kleine dagelijkse zaken en over grote schoolbrede zaken. De democratische scholen verschillen onderling sterk in organisatie, pedagogische overtuiging en methode van onderwijs.
Op een school zitten, net als in de echte maatschappij, kinderen en volwassenen met verschillende ideeën en interesses door elkaar. Op democratische scholen waardeert men elk kind om wie hij is. De kinderen leren ieder voor zich wat zij zélf belangrijk vinden en hoe ze met problemen kunnen omgaan. Hierdoor ontwikkelen ze zelfvertrouwen en durven ze initiatief te nemen.
Let op: in Nederland worden niet alle democratische scholen door de inspectie als ‘school’ aangemerkt. Ouders van kinderen die naar een school gaan die wettelijk geen ‘school’ is, kunnen een boete krijgen.
Ga altijd zelf kijken op een school. Hangt er een fijne sfeer? Zie je gemotiveerde leerlingen die leren en onderzoeken, met leraren die hen begeleiden, of zie je jongeren die de héle dag aan het gamen zijn? Laat je kind ook zelf kijken waar hij het fijn vindt.

IVIO@school

Voor kinderen die wegens lichamelijke of psychische klachten of ernstige gedragsproblemen tijdelijk niet naar school kunnen, is het helemaal zelf (alleen) thuis doorwerken van de methodes van de eigen school vaak geen goede oplossing. IVIO@school helpt deze kinderen met een begeleid programma voor thuisonderwijs, dat eventueel ook in delen te volgen is. De kinderen blijven ingeschreven op de eigen school, die ook verantwoordelijk blijft voor het kind. Doel is altijd terugkeer op de eigen school.

IVIO-wereldschool

Dit is Nederlands afstandsonderwijs voor kinderen die reizen of geëmigreerd zijn. De kinderen volgen dan thuisonderwijs volgens het Nederlandse systeem. Dit is beschikbaar voor zowel basisscholieren als middelbare scholieren en eindigt met de Citotoets of het staatsexamen. Sommige ouders van hoogbegaafde kinderen kiezen bewust voor emigratie naar een land waar thuisonderwijs is toegestaan.

Feniks Talent/Spirare/Maatwerk Autisme e.d.

Bij deze voorzieningen worden hoogbegaafde drop-outs opgevangen. Ze volgen dagbesteding en soms het programma van de eigen school op afstand, terwijl ze leren hun talenten te ontdekken en doelen te stellen voor de toekomst. Ook hier is het doel om (indien mogelijk) weer terug te keren naar de eigen school.



Zit nou eens stil!

Artikelen Posted on Mon, October 21, 2019 13:09

‘Zit nou eens stil!’ is een veel gehoorde uitroep van ouders en leerkrachten van kinderen met ADHD, ADD, autisme en sensorische integratieproblemen. Maar is het eigenlijk wel de bedoeling dat deze kinderen stil zitten? Helpen we ze daarmee?

Kinderen met ADHD hebben heel veel energie en die zoekt hoe dan ook een uitweg. Het is voor deze kinderen vaak onmogelijk helemaal stil te zitten, dus is het eigenlijk oneerlijk het van ze te verwachten.

Kinderen met ADD hebben het wiebelen en frunniken vaak nodig om mentaal wakker te blijven. Als ze níet bewegen, blijven ze niet bij de les.

Kinderen met autisme bewegen vaak om hun angsten de baas te blijven. Door beweging voert het lichaam de stresshormonen af. Dit omdat angst het lichaam aanzet tot vluchten of vechten en dit in de klas natuurlijk niet zo handig is en dan ook meestal niet ten uitvoer wordt gebracht. Het lichaam blijft dan zitten met die stresshormonen, waardoor de angst in stand blijft. Bewegen, gewoon op je stoel, helpt hiertegen.

Bij kinderen met sensorische integratieproblemen komen sommige prikkels (geluid, licht e.d.) te hard binnen en andere juist te zacht. Zo kan een kind geregeld gaan verzitten omdat de stoel pijn doet aan zijn rug, omdat zijn kleding prikt of omdat zijn werkblad door de schittering van de zon onleesbaar wordt. Of het kind beweegt, net als het kind met ADD, omdat bijvoorbeeld de stem van de juf niet hard genoeg klinkt om ‘wakker’ te blijven.

Energizers in de klas kunnen helpen: kleine lichamelijke oefeningen om weer even wakker te worden. Daarnaast bestaan er verschillende materialen om tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van kinderen: bijvoorbeeld Tangles om de handen bezig te houden en wiebelkussens om de romp onopvallend te kunnen bewegen.



Trek je kind uit die comfortzone!

Artikelen Posted on Mon, May 27, 2019 11:02

Stel: je zit vooraan in een zaal met tweehonderd vakgenoten die je niet
kent. De spreker vertelt over het belang van mindset bij het bereiken van successen. Opeens wijst hij jou aan en vraagt hij je naar voren te komen en iets te vertellen over jouw grootste mislukking, jouw epic failure op het werk.

Wat dan?

Blijf je zitten? Schud je met een rood hoofd van ‘nee’? Fluister je tegen de vrouw naast je dat de spreker háár bedoelt? Omdat je in paniek raakt bij het idee zonder enige voorbereiding te moeten spreken in het openbaar? Omdat het zweet je uitbreekt, je hart bonkt en je plotseling vreselijk moet plassen?

Of denk je: ‘nou goed, dat is een beetje eng, maar ik zet me er wel overheen?’

Of is dit voor jou gesneden koek, klim je wel vaker op een podium, kun je lachen om jezelf en is het dus totaal geen uitdaging meer?

In het eerste geval zit je in de paniekzone: de opdracht is te groot, te
bedreigend en dus blokkeer je. In het tweede geval zit je in de leerzone: hier
durf je nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ze zijn nog wel spannend, maar je bent er aan toe. In het laatste geval zit je in de comfortzone. Hier is de opdracht geen uitdaging meer voor je, niets nieuws onder de zon.

We gebruiken hier het voorbeeld van spreken in het openbaar, maar het systeem werkt hetzelfde voor kinderen en hun schoolwerk. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een heel grote comfortzone. Bijna alles is te makkelijk en gaat vanzelf. Hierdoor hebben ze niet geleerd dat fouten maken normaal is. Als gevolg hebben ze vaak ook een flinke paniekzone: bestaat er een kans dat ze fouten gaan maken of een opdracht niet in één keer lukt, dan is het al snel te bedreigend en blokkeren ze.

Wat je wilt bereiken, is dat je kind of leerling zoveel mogelijk in die leerzone gaat rondhangen, maar voor veel hoogbegaafde kinderen is die – wanneer je hiermee aan de slag gaat – nog heel smal. Werk vanuit de comfortzone dus voorzichtig naar de leerzone en probeer die dan zo breed mogelijk te maken. Denk aan de zone van ‘naaste ontwikkeling’: kent het kind de tafel van 1, leer hem dan de nog onbekende tafel van 2. Die is nieuw, maar niet buitengewoon bedreigend. Als je na de tafel van 1 echter overstapt op worteltrekken, schiet het kind waarschijnlijk wel direct de paniekzone in. Maak de paniekzone kleiner, door in de leerzone meer te oefenen met moeilijke en spannende dingen, mét voldoende steun van jouw kant.

Spreekbeurten houden wordt gemakkelijker naarmate je het vaker doet. Maar het helpt ook als de juf of meester je helpt een opzetje te maken voor de inhoud van je spreekbeurt, dat aansluit bij het niveau van je klasgenoten. Onvoldoendes halen voor toetsen went uiteindelijk ook, maar dat gaat een stuk makkelijker als iemand je de eerste keren opvangt en zorgt dat je realistisch blijft over de ernst hiervan. En moeilijke opdrachten uitvoeren wordt een stuk gemakkelijker als iemand je doorzettingsvermogen aanspreekt en laat merken dat hij er
vertrouwen in heeft dat je het kunt. Vertrouwen reikt heel ver. Kinderen voelen het aan. En als jij erop vertrouwt dat ze het kunnen, doen ze dat zelf ook.



Driftbuien

Artikelen Posted on Mon, May 06, 2019 13:22

Geregeld zien wij ouders die zich ernstige zorgen maken over de woedeaanvallen van hun kind. Het kind gedraagt zich op school keurig, maar kan thuis om het minste of geringste ontploffen. Of het gaat thuis juist hartstikke goed, terwijl de ouders van school te horen krijgen dat hun kind geregeld driftbuien heeft en andere kinderen slaat. En als het helemaal tegenzit, heeft het kind zowel thuis als op school regelmatig zijn gedrag niet onder controle.

Driftbuien zijn ontzettend lastig voor de omgeving, maar ook voor het kind zelf. Ouders en leerkrachten geven vaak aan het kind tijdens een uitbarsting niet te kunnen ‘bereiken’. Ze kunnen op zo’n moment niet tot hem doordringen, dus weten ze ook niet wat ze eraan kunnen doen. En het kind zelf schaamt zich na afloop vaak over het verlies van controle.

Deze kinderen beweren tegenover ons hulpverleners dan ook vaak dat ze helemaal nooit boos worden. ‘Nee hoor, dat heb ik niet.’ Pas als we aangeven dat de ouders of school ons hebben verteld dat dit weleens gebeurt en we het kind daarbij laten merken dat we hem gewoon accepteren en dat we ook wel snappen dat je soms heel erg boos kunt worden, geven ze toe. Onze taak is vervolgens ze te helpen ontdekken hoe ze kunnen voorkomen dat ze zó boos worden dat ze ontploffen: door
de signalen van toenemende irritatie bij zichzelf te herkennen en eerder aan de noodrem te trekken. We gebruiken daarbij een woedethermometer: bij welk cijfer ben je geïrriteerd, een beetje boos, best wel boos en waar ontplof je? Bij welk cijfer kun je dus beter uit de situatie stappen en iets anders gaan doen voor het te laat is? En hoe pak je dat aan?

Ouders en leerkrachten kunnen het kind helpen door te letten op signalen van irritatie. Zie je dat het kind boos wordt, help hem dan herinneren iets anders te gaan doen. Als het net ging om een terechtwijzing van jouw kant, geef dan aan dat jullie het er later nog over zullen hebben, als jullie allebei kalmer zijn. Als jullie midden in een meningsverschil zitten en je kind onttrekt zich aan de situatie, ga hem dan niet achterna. Dit heeft hij nodig om een woedeaanval te voorkomen. Ga je toch door en ontploft het kind? Dan kun je er op dat moment niets aan doen dan hem te laten uitrazen (zolang dat veilig blijft). Boos worden en eisen stellen helpt op zo’n moment zeker niet. Troosten soms wel. Want dat is wat er vaak achter die boosheid zit: verdriet en machteloosheid.

Accepteer het kind zoals hij is, met driftbuien en al. Benader hem positief, met praten in plaats van straffen. Dat praten kan kort en met een positieve boodschap over de persoonlijkheid van het kind: ‘Ik vind je een hele lieve jongen, maar je mag je zusje niet slaan. Het doet haar pijn en ze is kleiner en minder sterk dan jij, dus dat is niet eerlijk. Als ze je dwarszit en je weet niet hoe je het moet oplossen, zeg het dan tegen mij, dan kom ik je helpen.’ Zo leert je kind niet alleen dat je hem lief vindt, maar ook dat je een betrouwbaar persoon bent om op terug te vallen. Hij leert dat hij om hulp mag vragen én hij leert nieuwe sociale vaardigheden door naar jouw oplossingen te kijken.



Onderpresteren II

Artikelen Posted on Mon, February 25, 2019 10:54

Voor het onderpresterende kind is begrip de eerste stap. Op veel scholen wordt een kind niet toegelaten tot een plusklas als hij niet alleen A-scores haalt in het leerlingvolgsysteem. Vaak mag het kind ook geen verrijkingswerk maken als hij niet alleen A-scores heeft. Hoe hoog zijn IQ ook is. Dát is in feite een ontzettend slecht beleid voor hoogbegaafde kinderen en het schokt me eigenlijk elke keer weer als een school dit beleid gebruikt. Hoogbegaafde kinderen die géén A-scores halen, hebben dat verrijkingswerk en die plusklassen juist het aller hardst nodig. Juist door ze die extra uitdaging te bieden, kun je ze motiveren voor school en zo onderpresteren tegengaan.

De oplossing van onderpresteren ligt niet in straffen of dwingen. Het kind moet zijn motivatie voor leren terugvinden en in eerste instantie lukt dat alleen door hem iets te laten doen dat hem zélf interesseert. Als hij gemotiveerd is geraakt op zijn eigen interessegebied, kan dit voorzichtig weer worden uitgebouwd naar schoolse taken. Hoe meer de leerling vervolgens meewerkt, hoe meer vrijheid om met het eigen interessegebied bezig te zijn daar tegenover staat.

Als je naar de literatuur over onderpresteren kijkt, zie je eigenlijk altijd dat
de grootste stappen door de ouders zullen moeten worden genomen. Zij moeten de opvoeding anders aanpakken en de band met hun kind – die door het onderpresteren vaak enorm verslechterd is – versterken. Het goede nieuws voor hen is dat ze vanaf nu een veel gemakkelijker, minder stressvol leven krijgen. Ze hoeven hun kind niet meer helemaal zelf aan te sturen. Ze mogen achterover leunen en de verantwoordelijkheden van het kind bij het kind leggen. Voor zover dat bij zijn leeftijd past, natuurlijk. ‘Huiswerk niet af? Ik ben benieuwd wat de juf daarvan zal zeggen.’ ‘Een onvoldoende? Vervelend voor je.’ ‘Je wilt het de volgende keer beter doen? Hoe kun je dat aanpakken? Ga maar een planning maken en laat het me maar weten als ie af is.’

In het ergste geval kán een hoogbegaafde leerling tijdelijk of voorgoed écht niet meer naar school. Sommige kinderen maken liever een einde aan hun leven dan nog langer naar school te moeten. En altijd zijn er dan weer mensen die zeggen: ‘ja, maar je kunt zo’n kind toch niet gewoon thuishouden, zo’n kind moet toch gewoon naar school?’ Met de nadruk op ‘gewoon’. Realiseer je wat belangrijker is: dat het kind naar school gaat, of dat het kind in leven blijft?

Gelukkig zijn er in Nederland inmiddels enkele instanties waar deze kinderen terechtkunnen. Een daarvan is Feniks Talentbegeleiding, in Utrecht. Hier worden hoogbegaafde drop-outs opgevangen en leren ze om hun eigen talenten en interesses te ontdekken en weer zin te krijgen in het leven. In veel gevallen kunnen ze na verloop van tijd weer leren en halen ze hun eindexamen. In sommige gevallen ook niet. Maar opvallend genoeg komen veel van de kinderen die helemaal zijn losgelaten uit het schoolsysteem op eigen houtje tot wonderbaarlijke prestaties. Menig ex-drop-out haalt het nieuws door een geweldige uitvinding of nuttige missie. Er is dus altijd hoop!



Onderpresteren I

Artikelen Posted on Mon, February 18, 2019 12:45

Onderpresteren is iets wat bij hoogbegaafde kinderen helaas geregeld voorkomt. Een kind presteert onder als hij langere tijd minder presteert dan op basis van zijn intelligentie en de kwaliteit van het ontvangen onderwijs mag worden verwacht, terwijl er geen stoornissen als dyslexie, dyscalculie en ADHD spelen.

Er kan sprake zijn van relatief onderpresteren, wanneer het kind nog wel aan het gemiddelde van de klas voldoet, en van absoluut onderpresteren, wanneer het kind ook zwaar onder dit gemiddelde presteert.

Het eerste zien we nog weleens bij kinderen die zich opzettelijk aanpassen,
proberen niet op te vallen, kinderen die ervan uitgaan dat hoge cijfers halen en sociaal geaccepteerd worden niet samengaan. Dit kind durft niet te laten zien wat het kan, wordt als gevolg niet voldoende uitgedaagd en leert dus niet echt te léren.

Het tweede is nog veel destructiever. Absolute onderpresteerders hebben zelf vaak niet meer het idee dat ze nog greep hebben op hun prestaties. Ze zitten niet lekker in hun vel. Hetzij omdat ze niet aan hun eigen verwachtingen voldoen, hetzij omdat ze niet aan de verwachtingen van belangrijke anderen voldoen.

Niet ieder kind wíl naar school, wíl leren, wíl later een glansrijke carrière. Als Pietje later kunstschilder wil worden en Sara zangeres, moeten we dat ook accepteren. Wat voor veel ouders heel lastig is, want: geen garantie op een goed inkomen. Laten we wel wezen: die garantie is er überhaupt nooit. Liever een kind dat op school een niveau afzakt, maar zich gelukkig voelt met haar hobby’s en een doel voor ogen, dan een kind dat op de middelbare school al ‘afhaakt’ wat betreft actief deelnemen aan de maatschappij.

De meeste onderpresteerders willen echter wél dat gymnasiumdiploma. Ze kunnen zich er alleen niet meer toe aanzetten daar iets voor te doen. Motivatieproblemen en faalangst spelen hier vaak een grote rol. Motivatieproblemen omdat school te saai en te makkelijk is (of: was) en te veel verplichte vakken heeft die het kind niet interesseren. Faalangst omdat het kind op de basisschool gewend was de beste te zijn, niet heeft leren omgaan met onvoldoendes en geen leerstrategieën heeft ontwikkeld (waardoor vroeg of laat gegarandeerd onvoldoendes gaan vallen).

Daarnaast, even slikken, spelen de ouders vaak onbewust en met de beste bedoelingen een rol bij het ontstaan van onderpresteren. Ze zijn meestal té hands-on (soms ook té hands-off). Vaak is een patroon ontstaan waarbij de ouders steeds meer bovenop hun kind zitten, terwijl het kind steeds meer achterover leunt. Zo zien we soms ouders die het huiswerk vóór hun kind maken, die werkstukken en presentaties in elkaar draaien als hun kind het tot de allerlaatste avond heeft uitgesteld en dan roept dat het niet lukt. De ouders werken zich drie slagen in de rondte voor hun kind, hebben geregeld gesprekken op school en doen hun uiterste best er nog wat van te maken. En wat denkt het kind als gevolg? ‘Huiswerk? Toets gemist? Dat lossen papa en mama wel op.’ Het kind heeft niet geleerd het zélf te kunnen, of is dit onderhand vergeten, en kan niet omgaan met teleurstellingen.

Als we dit aan ouders voorleggen, krijgen we geregeld de reactie ‘Nou, loslaten dus? Oké, doen we.’ Maar hélemaal loslaten – midden in de toetsweek – is ook weer niet helemaal de bedoeling. In het volgende artikel vindt u tips die wél werken.



Hoogbegaafde drop-outs

Artikelen Posted on Mon, September 10, 2018 12:57

Hoogbegaafde tieners kunnen het op de middelbare school soms ontzettend moeilijk hebben. Er zijn er gelukkig ook die zonder al te veel problemen door het vwo rollen en goede vrienden hebben, maar laten we eens kijken naar de cijfers.

Dertig procent van de kinderen met een IQ van boven de 130 valt uit in het reguliere onderwijs. Voor kinderen met een IQ boven de 145 is dat zelfs zestig procent (Kieboom, 2013). Een groot aantal van hen stroomt ‘ongemerkt’ af naar een lager onderwijsniveau, maar een aantal tieners komt echt thuis te zitten. Omdat naar school gaan gewoon niet meer gáát. Ze komen niet meer tot presteren en maken soms liever een einde aan hun leven dan nog naar school te gaan. Negentig procent van de echte hoogbegaafde drop-outs in het middelbaar onderwijs, zou suïcidaal zijn (Kaput, 2012). Dat zijn heftige getallen.

Gelukkig zijn er ook voor deze kinderen nog mogelijkheden. Feniks Talentbegeleiding, in Utrecht, vangt deze tieners op en begeleidt ze stap voor stap naar een succesvolle toekomst. Er wordt veel gepraat over de dingen waar ze tegenaan lopen, maar vooral over hoe ze de obstakels op hun weg kunnen overwinnen. Ze leren ontdekken waar hun interesses
en talenten liggen en een groot deel van hen gaat na verloop van tijd weer naar school en haalt zijn eindexamen.

Hoe herken je nu een potentiële ‘drop-out’ en hoe kun je proberen te voorkomen dat het misgaat? De potentiële drop-out is in eerste instantie vaak te herkennen in het profiel van de ‘risicoleerling’ van Betts & Neihart. Deze leerlingen zijn creatief en gevoelig, hebben een negatief zelfbeeld en voelen zich snel aangevallen of afgewezen. Ze zijn niet gemotiveerd voor school, isoleren of verwaarlozen zichzelf en komen niet meer tot presteren.

Het is belangrijk dat ouders en school duidelijk aan het kind te kennen geven dat zij op zijn talenten blijven vertrouwen. Een goede communicatie tussen ouders, school en kind is onontbeerlijk. De ouders hebben vaak begeleiding nodig en zeker voor de leerling zelf is intensieve begeleiding essentieel. Het leren kan vaak (tijdelijk) niet meer in de klas gebeuren, dus hiervoor zullen in onderling overleg alternatieven moeten worden gevonden. Er moet een nieuw pad voor de leerling worden uitgezet, waarbij hij zelf wordt betrokken en waar hij zelf achter staat. Alleen als er in zijn leerpad veel aandacht is voor wat hij zelf belangrijk vindt, vindt hij mogelijk de motivatie voor schools presteren terug.

Er zijn voor deze leerlingen echt mogelijkheden. De schoolinspectie is lang niet zo strikt als men vaak denkt. Als een leerling alleen tot leren komt als hij maximaal drie uur per dag naar school hoeft en hij één van die uren aan een project van eigen keuze mag werken, dan is dát passend onderwijs voor deze leerling. Kan een leerling slechts één uur per week onder begeleiding van een therapeut door de zijdeur de school in en dan in een apart kamertje ontspanningsoefeningen doen alvorens een halfuurtje met zijn mentor te praten? Dan is dat wat hij op dat moment nodig heeft. Een volledig eigen leerlijn? Als dat passend onderwijs is voor de leerling, is het toegestaan.



Next »