Stel: je zit vooraan in een zaal met tweehonderd vakgenoten die je niet
kent. De spreker vertelt over het belang van mindset bij het bereiken van successen. Opeens wijst hij jou aan en vraagt hij je naar voren te komen en iets te vertellen over jouw grootste mislukking, jouw epic failure op het werk.

Wat dan?

Blijf je zitten? Schud je met een rood hoofd van ‘nee’? Fluister je tegen de vrouw naast je dat de spreker háár bedoelt? Omdat je in paniek raakt bij het idee zonder enige voorbereiding te moeten spreken in het openbaar? Omdat het zweet je uitbreekt, je hart bonkt en je plotseling vreselijk moet plassen?

Of denk je: ‘nou goed, dat is een beetje eng, maar ik zet me er wel overheen?’

Of is dit voor jou gesneden koek, klim je wel vaker op een podium, kun je lachen om jezelf en is het dus totaal geen uitdaging meer?

In het eerste geval zit je in de paniekzone: de opdracht is te groot, te
bedreigend en dus blokkeer je. In het tweede geval zit je in de leerzone: hier
durf je nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ze zijn nog wel spannend, maar je bent er aan toe. In het laatste geval zit je in de comfortzone. Hier is de opdracht geen uitdaging meer voor je, niets nieuws onder de zon.

We gebruiken hier het voorbeeld van spreken in het openbaar, maar het systeem werkt hetzelfde voor kinderen en hun schoolwerk. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een heel grote comfortzone. Bijna alles is te makkelijk en gaat vanzelf. Hierdoor hebben ze niet geleerd dat fouten maken normaal is. Als gevolg hebben ze vaak ook een flinke paniekzone: bestaat er een kans dat ze fouten gaan maken of een opdracht niet in één keer lukt, dan is het al snel te bedreigend en blokkeren ze.

Wat je wilt bereiken, is dat je kind of leerling zoveel mogelijk in die leerzone gaat rondhangen, maar voor veel hoogbegaafde kinderen is die – wanneer je hiermee aan de slag gaat – nog heel smal. Werk vanuit de comfortzone dus voorzichtig naar de leerzone en probeer die dan zo breed mogelijk te maken. Denk aan de zone van ‘naaste ontwikkeling’: kent het kind de tafel van 1, leer hem dan de nog onbekende tafel van 2. Die is nieuw, maar niet buitengewoon bedreigend. Als je na de tafel van 1 echter overstapt op worteltrekken, schiet het kind waarschijnlijk wel direct de paniekzone in. Maak de paniekzone kleiner, door in de leerzone meer te oefenen met moeilijke en spannende dingen, mét voldoende steun van jouw kant.

Spreekbeurten houden wordt gemakkelijker naarmate je het vaker doet. Maar het helpt ook als de juf of meester je helpt een opzetje te maken voor de inhoud van je spreekbeurt, dat aansluit bij het niveau van je klasgenoten. Onvoldoendes halen voor toetsen went uiteindelijk ook, maar dat gaat een stuk makkelijker als iemand je de eerste keren opvangt en zorgt dat je realistisch blijft over de ernst hiervan. En moeilijke opdrachten uitvoeren wordt een stuk gemakkelijker als iemand je doorzettingsvermogen aanspreekt en laat merken dat hij er
vertrouwen in heeft dat je het kunt. Vertrouwen reikt heel ver. Kinderen voelen het aan. En als jij erop vertrouwt dat ze het kunnen, doen ze dat zelf ook.