‘Zit nou eens stil!’ is een veel gehoorde uitroep van ouders en leerkrachten van kinderen met ADHD, ADD, autisme en sensorische integratieproblemen. Maar is het eigenlijk wel de bedoeling dat deze kinderen stil zitten? Helpen we ze daarmee?

Kinderen met ADHD hebben heel veel energie en die zoekt hoe dan ook een uitweg. Het is voor deze kinderen vaak onmogelijk helemaal stil te zitten, dus is het eigenlijk oneerlijk het van ze te verwachten.

Kinderen met ADD hebben het wiebelen en frunniken vaak nodig om mentaal wakker te blijven. Als ze níet bewegen, blijven ze niet bij de les.

Kinderen met autisme bewegen vaak om hun angsten de baas te blijven. Door beweging voert het lichaam de stresshormonen af. Dit omdat angst het lichaam aanzet tot vluchten of vechten en dit in de klas natuurlijk niet zo handig is en dan ook meestal niet ten uitvoer wordt gebracht. Het lichaam blijft dan zitten met die stresshormonen, waardoor de angst in stand blijft. Bewegen, gewoon op je stoel, helpt hiertegen.

Bij kinderen met sensorische integratieproblemen komen sommige prikkels (geluid, licht e.d.) te hard binnen en andere juist te zacht. Zo kan een kind geregeld gaan verzitten omdat de stoel pijn doet aan zijn rug, omdat zijn kleding prikt of omdat zijn werkblad door de schittering van de zon onleesbaar wordt. Of het kind beweegt, net als het kind met ADD, omdat bijvoorbeeld de stem van de juf niet hard genoeg klinkt om ‘wakker’ te blijven.

Energizers in de klas kunnen helpen: kleine lichamelijke oefeningen om weer even wakker te worden. Daarnaast bestaan er verschillende materialen om tegemoet te komen aan de bewegingsdrang van kinderen: bijvoorbeeld Tangles om de handen bezig te houden en wiebelkussens om de romp onopvallend te kunnen bewegen.