‘Hoezo hoogbegaafd? Ze haalt C- en D-scores voor lezen en spellen. En B-scores voor rekenen.’

‘Hoezo dyslexie? Hij haalt keurige C-scores voor spelling. Natuurlijk heeft hij geen extra begeleiding gehad!’

Ook hoogbegaafde kinderen kunnen dyslexie hebben en het een kan het ander maskeren. Een leerling lijkt dan heel gemiddeld, maar kan fikse emotionele problemen ontwikkelen.

Hoe herken je dyslexie nu bij een hoogbegaafd kind?

Kijk vooral niet alleen naar de prestaties op school: die komen meestal niet overeen met die van andere kinderen met dyslexie. Kom niet pas in actie als een kind twee E-scores heeft behaald. C-scores zijn bij een hoogbegaafd kind niet normaal. Zo’n score ligt twee tot zelfs drie standaarddeviaties beneden zijn eigen gemiddelde niveau. Hier kunnen ook andere oorzaken voor zijn, zoals verveling, faalangst en onderpresteren, maar dyslexie heeft specifieke kenmerken.

Kinderen met dyslexie hadden als kleuter vaak moeite met rijmen en het onthouden van liedjes. In groep 3 hadden ze moeite met hakken en plakken, deelden ze lettergrepen raar in of vonden ze dat lettergrepen niet bestonden. Ze spreken woorden soms fout uit, husselen woorddelen of zinsdelen door elkaar, of hebben moeite op een woord te komen. Ze zeggen soms een woord dat lijkt op het woord dat ze bedoelen, in klank of in betekenis. Ze zeggen bijvoorbeeld ‘oceaan’ als ze ‘vulkaan’ bedoelen, of ze lezen ‘auto’ als er ‘vrachtwagencombinatie’ staat. In dat laatste geval maken ze gebruik van de context om de betekenis van het onleesbare woord te achterhalen. Het begrijpend lezen gaat vaak prima. Ze lezen vaak ook correct, maar wel langzaam. Dit valt vooral op bij het hardop lezen, waarbij soms ook moeite met de intonatie naar voren komt.

Niet alleen vallen (relatieve) problemen met het hardop lezen en de spelling op, ook bij het rekenen zijn er vaak relatieve problemen met het automatiseren en met het ontcijferen van verhaaltjessommen.

Bij een dyslexieonderzoek bij Pluspunt kijken we naar verschillende factoren: zijn er andere redenen voor de relatieve achterstand, hoort het kind toevallig bij de zwakste 10% lezers of spellers, valt het kind door de mand als er onzinwoorden moeten worden gelezen en er dus niet meer kan worden geraden wat er staat, is er een groot verschil tussen de lees- en spellingprestaties en de intelligentie, is er een zwakke ontwikkeling van de benoemsnelheid, het werkgeheugen of de fonologische vaardigheden? Bij dyslexie draait het vaak om die laatste onderliggende vaardigheden, al zijn ook deze bij hoogbegaafde kinderen met dyslexie vaak wat beter ontwikkeld dan bij niet-hoogbegaafde kinderen met dyslexie. Bij fonologische problemen zijn de oren goed, maar verwerken de hersenen de klanken niet zoals zou moeten. Het kind hoort bijvoorbeeld niet het verschil tussen de ‘eu’ en de ‘ui’, maar een hoogbegaafd kind zou deze klanken toch goed kunnen spellen als hij het woordbeeld heeft geautomatiseerd. Mochten deze zaken niet spelen, dan checken we ook of er aanwijzingen zijn dat de ogen niet goed samenwerken. Dit kan eveneens een reden zijn voor leesproblemen en is relatief eenvoudig op te lossen. Het is geen dyslexie, al lijken de symptomen op het eerste gezicht wel op elkaar.

De juiste begeleiding kan secundaire problemen zoals een laag zelfbeeld, faalangst en schoolweigering voorkomen.

Dus als u twijfelt of uw intelligente kind of leerling kampt met leesproblemen, aarzel dan niet om contact op te nemen.