Elke tiener heeft weleens een dipje. Pubers zijn vaak de gehele puberteit onzeker: vriendschapsrelaties veranderen, hun lichaam verandert, hun contact met hun ouders verandert. Ze zijn druk bezig met de vraag of ze er wel bij horen, of hun cijfers wel goed genoeg zijn en of hun lichaam zich wel naar wens ontwikkelt. Dat is heel normaal.

Maar soms wordt de somberheid te groot, te heftig en duurt hij te lang. Vaak gaat hieraan een moeilijke periode vooraf: een sterfgeval in de familie, echtscheiding van de ouders, gepest worden… Sombere gevoelens lijken dan heel normaal. Maar als deze te ernstig zijn en te lang aanhouden, kan er sprake zijn van een depressie. Er spelen dan niet alleen nare gebeurtenissen mee, maar ook biologische, psychische en sociale factoren.

Bij jongeren kan een depressie lastig te herkennen zijn. Soms staat de somberheid niet duidelijk voorop en zien de ouders en docenten bijvoorbeeld dwarsheid en prikkelbaarheid. Ze denken dan eerder dat het kind gewoon in een opstandige fase zit en wijten dat aan de puberteit. Pas als een jongere op een dag zijn bed niet meer uitkomt, wordt voor de omgeving duidelijk dat er meer aan de hand is.

Jongeren met een depressie beleven nergens plezier meer aan. Ze raken hun vrienden kwijt of sluiten zich zelf voor hen af, hun schoolprestaties hollen achteruit en ze maken thuis vaak ruzie.

Als een tiener een depressie heeft, of als hij moeite heeft om te gaan met tegenslagen, of er te veel tegenslagen tegelijk komen, is het belangrijk dat hij over zijn gevoelens en problemen kan praten met iemand die hij vertrouwt. De problemen en onzekerheden moeten serieus worden genomen en niet worden gebagatelliseerd. Sommige jongeren kunnen goed met hun ouders praten, anderen doen dat – juist op deze leeftijd – liever niet.

Probeer als ouder of vertrouwenspersoon te ontdekken of de somberheidsklachten (deels) zijn ontstaan als reactie op een bepaalde gebeurtenis of een bepaald probleem dat kan worden aangepakt. Als je kind bijvoorbeeld niet sterk genoeg is in de sociale vaardigheden, en zich daardoor een sukkel voelt, kan een training in deze vaardigheden hem enorm veel hoop bieden.

Ook afleiding – leuke dingen doen – kan helpen en kan voorkomen dat de jongere alcohol of drugs gaat gebruiken bij wijze van zelfmedicatie. Voldoende daglicht en voldoende lichaamsbeweging helpen ook. Uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat regelmatig hardlopen net zo goed kan werken tegen een depressie als medicatie of therapie! Ook is het goed op een normale tijd naar bed te gaan en op een normale tijd op te staan. Als een jongere zijn dagritme omgooit – overdag slaapt en ’s nachts wakker is – krijgt hij te weinig daglicht, wat negatieve effecten heeft op de somberheid. Maar ’s nachts lijkt ook alles erger. In het donker is alles angstiger en negatiever – iets wat we hebben overgehouden aan de tijd dat de eerste mensen ’s nachts gevaar liepen voor roofdieren.

Wordt het dipje van je kind een Dip en gaan de klachten niet over? Aarzel dan niet om professionele hulp te zoeken. Deze hulp bestaat meestal uit therapie, soms samen met medicatie. Veel jongeren hebben in het begin weinig vertrouwen in de therapie, maar na verloop van tijd gaan ze toch hun depressieve gevoelens overwinnen en krijgen ze weer plezier in de dingen die ze doen.