Blog Image

Artikelen Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt

Over de artikelen

Iedere maand verstuurt Adviesbureau Hoogbegaafdheid Pluspunt een gratis nieuwsbrief aan abonnees. Hierin staat, naast praktijkinformatie, telkens een artikel over het grootbrengen van hoogbegaafde kinderen. Voorbeelden van deze artikelen vindt u op hier. Ook de gratis nieuwsbrief ontvangen? Stuur een mailtje naar: info@adviesbureauhoogbegaafdheid.nl Bezoek ook onze website: http://www.adviesbureauhoogbegaafdheid.nl

Lezen voor je sociaal-emotionele ontwikkeling

Artikelen Posted on Tue, November 22, 2016 16:06

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat lezen goed is voor je sociale en emotionele ontwikkeling. Kinderen die lezen, verdiepen zich in de belevingswereld van de hoofdpersonen en kunnen zich daardoor ook in de echte wereld beter inleven in anderen. Ze lezen hoe andere kinderen leven, wat zíj belangrijk vinden, hoe anders hun ouders of cultuur zijn en hoe zíj problemen oplossen. Dit versterkt hun sociale ontwikkeling. Ook de emotionele ontwikkeling krijgt een boost als het kind leest over een hoofdpersoon die juist net zo is als hij, bijvoorbeeld ook hoogbegaafd of ook dyslectisch. Ze merken dat ze niet de enige zijn en zien hoe een ander ermee omgaat. Hier een overzichtje van de spannende en humoristische boeken die bij of via Pluspunt zijn verschenen:

Remi I, II en III: over hoogbegaafdheid en pesten (fictie 11+)
Het Vijfde Verbond I, II en III: hoogbegaafde hoofdpersoon en personages met ADHD (fantasy 10+)
Schoolstrijd: over dyslexie en voetbal (fictie 10+)
Survivalgids voor hoogbegaafde pubers: spreekt voor zich 😉
De Eeuwige Jeugd (verschenen bij uitgeverij Zilverbron): over erbij horen (young adult thriller)
Gamekampioenschap (verschenen bij uitgeverij EigenZinnig): over autisme (prentenboek 6+)



Té provocerend?

Artikelen Posted on Mon, October 24, 2016 10:59

In de Teledoc-uitzending ‘Geef me ‘s ongelijk’ is goed te zien wat het werken met hoogbegaafde tieners voor leerkrachten en hulpverleners soms zo lastig maakt en waarom ouders soms met de handen in het haar zitten.

De vijftienjarige Julius is van school gestuurd en opgevangen in een time-out project in de Bijlmer. Als hij het daar goed doet, mag hij terug naar het
Amsterdams Lyceum.

In een gesprek met een begeleidster vraagt zij Julius waarom hij denkt dat hij is geschorst en waaraan hij vindt dat hij moet gaan werken. Heel eerlijk zegt Julius op dat moment: ‘ik weet wel dat ik moet zeggen dat ik écht te ver ben gegaan, maar dat ervaar ik dus helemaal niet zo’. Hij heeft geen problemen met zijn eigen gedrag.

In een volgende scène is te zien dat zijn moeder in een ander lokaal huilend in gesprek is met een psycholoog. Julius: ‘ze is weer alle aandacht voor zichzelf aan het opeisen’. In de auto naar huis wijst hij zijn moeder erop dat de psycholoog vast ook tegen haar heeft verteld dat hij deels het product is van zijn omgeving. Hij zegt dat ze er eens over moet nadenken hoe zij hier zelf de schuld van is. Als moeder hiermee instemt en vraagt wat Julius graag zou zien dat zij anders deed, zegt hij: ‘Ik heb géén idee. Misschien kunnen we wat mensen executeren.’

Op dat moment vraag ik me af of Julius het echt wel allemaal zo goed weet, of dat hij stiekem gewoon een heel wanhopig jongetje is dat houvast vindt in het napraten van andere mensen.

Manipuleren beschouwt Julius als een van zijn grootste vaardigheden en hij besluit dit in te zetten, in plaats van telkens openlijk in discussie te gaan. Je ziet hoe hij dit toepast in een gesprek over terugplaatsing op school. Hij zegt precies wat de mensen willen horen en alleen zijn ouders hebben dit door. ‘Je neus groeit,’ zegt zijn moeder.

Ik herinner me dergelijke momenten uit mijn eigen praktijk, waarop ik dacht ‘hè, wat vervelend, zijn ouders hebben geen vertrouwen in hem en vallen hem openlijk af, terwijl hij zulke goede voornemens heeft’. Maar zit het probleem hier misschien niet in het woordje ‘heeft’? Kennen de ouders hun kind niet gewoon het beste en weten zij wanneer hun kind de boel in de maling neemt?

In dit geval hadden de ouders geen andere keus: ze wilden hun kind graag weer op school hebben en ze moesten dus wel meewerken aan het traject. Maar het komt voor dat tieners van de ene naar de andere therapie worden gestuurd, terwijl de ouders haarfijn doorhebben dat hun kind de therapeuten manipuleert en hij thuis en op school niets met de sessies doet.

Het is dan ook enorm van belang dat uw kind zélf gemotiveerd is om te veranderen, voor u aan een traject begint. Dat hij het nut ervan inziet. Dat hij lijdensdruk ervaart van hoe het nu gaat. Als dat niet zo is, heeft therapie weinig zin. Wacht in dat geval nog even tot uw kind zelf tot het inzicht komt dat het zo niet langer kan. Want als uw kind zover is, is de kans groot dat hij ervoor gaat.

Je moet, zoals Julius zegt, wel jezelf kunnen zijn. Maar dat kan ook op een manier die voor jou én je omgeving leuk is.

De uitzending is hier terug te zien: http://www.npo.nl/teledoc-campus-geef-me-s-ongelijk/31-05-2015/KN_1670065



Waarom psychologisch onderzoek?

Artikelen Posted on Mon, August 29, 2016 12:37

Met enige regelmaat komen er ouders bij Pluspunt met de vraag hun vermoedelijk hoogbegaafde kind te begeleiden, zonder dat zij een onderzoek willen laten doen. Ze willen geen stempeltje of zien niet in wat het nut is van een dergelijke test.

Het eerst eens doen van zo’n onderzoek is echter wel degelijk nuttig. Want wat als we het kind ernstig overvragen? Als we ervan uitgaan dat hij hoogbegaafd is, terwijl hij dit niet is? Dat is slecht voor het emotionele welzijn van het kind. Het kind kan niet aan de eisen voldoen en ontwikkelt een negatief zelfbeeld. Dat vraagt ook begeleiding, maar wel een heel ander soort dan ‘omgaan met hoogbegaafdheid’.

En dat brengt ons meteen op het volgende probleem: als we het kind aanpraten dat hij hoogbegaafd is en daar kennelijk niet goed mee kan omgaan en daarvoor naar een psycholoog of orthopedagoog moet, dan praten we hem in feite een complex aan.

Naast de nadelen van behandelen zonder goed beeld van de oorzaak van de klachten, zijn er nog wat andere voordelen te noemen van het afnemen van een psychologisch onderzoek. Ook u als ouder of leerkracht krijgt zo namelijk een duidelijk beeld van de sterke en minder sterke kanten van uw kind. Het komt heel vaak voor dat er grote verschillen zitten in de vaardigheden waarover een kind beschikt. Het kan dat een kind heel slim is, maar een heel laag werktempo heeft. Het kan ook zijn dat hij heel goed is in taal, maar heel veel moeite heeft met rekenen, of met het opruimen van zijn kamer of het vinden van de weg. Allemaal dingen waarvan de oorzaak duidelijk kan worden tijdens een onderzoek, waarna er op passende wijze op kan worden ingesprongen.

Soms is een kamer die eruitziet alsof er een bom is ontploft, met een kind dat doodleuk zegt dat hij het nét heeft opgeruimd, namelijk helemaal geen liegen of onwil. Soms kán een kind het echt niet zonder hulp, heeft hij dingen van links naar rechts verplaatst, is hij er heel druk mee bezig geweest en heeft hij in zijn ogen dus wél opgeruimd. Het scheelt een hoop frustratie en geruzie als u dit als ouder weet. En het scheelt ook als u weet dat bijvoorbeeld de rekenproblemen van uw kind of leerling niet komen doordat de stof te makkelijk is, maar doordat deze te moeilijk is, of andersom. Weet u meer over de mogelijkheden van een kind, dan weet u dus meer over hoe hem te helpen en op een positieve manier te stimuleren.

Een onderzoek is overigens helemaal op de leeftijd en het niveau van uw kind afgestemd en bestaat uit afwisselende werkjes die de meeste kinderen leuk vinden om te maken.



Mindset

Artikelen Posted on Mon, June 13, 2016 10:23

Veel hoogbegaafde kinderen hebben een zogenaamde ‘vaste mindset’. Dit wil zeggen dat zij denken dat hun vaardigheden vaststaan en nooit zullen veranderen. Of ze iets wel of niet kunnen ligt in hun idee aan hun intelligentie. Kunnen ze het wel? Dan zijn ze er slim genoeg voor. Lukt het niet direct? Dan zijn ze er niet slim genoeg voor. Punt.

Natuurlijk is het niet handig om zo’n mindset te hebben: leren, oefenen, en zo je vaardigheden versterken hoort er namelijk niet bij. Dat kan of mag namelijk niet, volgens deze kinderen. Je kunt het, of je kunt het niet. Klaar. Als je ergens voor moet oefenen, geef je toe dat je er eigenlijk te dom voor bent. Het is dan ook heel lastig deze kinderen te motiveren iets te leren wat ze nog niet direct lukt. Ze worden er erg onzeker van.

Belangrijk is dus dat ze een ‘groei mindset’ ontwikkelen, dat ze geloven dat hun vaardigheden nog kunnen groeien. Want dat kan. De meeste kinderen ervaren dit op school dagelijks. De hoogbegaafde kinderen zijn dit echter niet gewend, omdat zij het nooit nodig hebben gehad te oefenen. Ze snapten alles altijd direct en weten dus niet beter dan dat dit normaal is.

Kinderen met een ‘vaste mindset’ durven vaak geen vragen te stellen in de klas, omdat ze denken dat dit betekent dat je laat merken dat je te dom bent voor dit onderwerp. Ze hebben een weerstand tegen moeilijke opdrachten, omdat die hun zelfbeeld van ‘slim kind’ bedreigen.

Om een kind te helpen een ‘groei mindset’ te ontwikkelen, is het allereerst
belangrijk hem uitleg te geven over deze mindsets. Ga er niet vanuit dat het
kind zomaar gelooft dat je je vaardigheden echt kunt verbeteren door te
oefenen, dus laat voorbeelden zien van mensen die met vallen en opstaan veel hebben bereikt (bijvoorbeeld sporters). Leuk is ook het voorbeeld van ‘leren lopen’: ‘Toen jij een peuter was heb je leren lopen. Dat kon je eerst nog niet. Je stond eerst heel gammel op je benen en viel keer op keer, maar toch heb je doorgezet. Je hebt niet, de eerste keer dat je viel, je handen in de lucht gestoken en gedacht: “lopen, dat kan ik niet, lopen is gewoon niet voor mij weggelegd”. Nee, je kon het nóg niet. Maar je was wel van plan het te leren. En dat is gelukt ook.’ Ook leren fietsen en zwemmen kunt u als voorbeelden gebruiken.

Leg ook uit dat het stellen van vragen niet betekent dat je dom bent. Het níét stellen van vragen, als je het niet begrijpt, dát is pas dom. Want dan leer je het nooit. Vragen stellen moet. Het helpt je om het te begrijpen en er beter in te worden.

En ten slotte: zeg nooit, maar dan ook nooit iets tegen het kind in de trant van: ‘Ben jij nou hoogbegaafd? Dan moet je dit toch snappen?’ Snapt u?



Een goed begin van het schooljaar

Artikelen Posted on Wed, February 04, 2015 16:20

Het nieuwe schooljaar is weer begonnen. Vindt uw kind dat fijn? Of heeft hij of zij er helemaal geen zin in? Hier enkele tips om het jaar goed te beginnen.

Maak kennis met de nieuwe leerkracht van uw kind. Vraag of uw kind dezelfde verrijkingsmogelijkheden zal krijgen als in het vorige jaar. Waarschijnlijk gebeurt dat wel, omdat de leerkracht van vorig jaar de kinderen heeft besproken met de nieuwe leerkracht, maar zo kunt u eventuele vergissingen voor zijn. Is uw kind pas net gediagnosticeerd? Vraag dan een gesprek met de leerkracht aan en geef hem of haar een kopie van het verslag, zodat u samen kunt bekijken welke mogelijkheden er zijn voor uw kind. Bespreek ook met welke situaties uw kind moeite heeft, zodat de leerkracht daarmee rekening kan houden.

Vraag aan uw kind hoe hij of zij tegen het nieuwe schooljaar aankijkt. U kunt eventuele onjuiste gedachtekronkels zo wegnemen. Zo hoorde ik eens een hoogbegaafd meisje zeggen dat het nieuwe schooljaar vast niet leuk zou worden. Op mijn vraag hoe dat kwam, omdat ze deze juf toch al eens eerder had gehad en ze haar toen zo lief had gevonden, zei ze: ‘Ja, maar deze juf heeft altijd alleen de onderbouw gehad, dus de bovenbouw zal ze wel niet kunnen.’ Een paar zinnetjes uitleg over de Pabo deden haar het weer zonnig inzien. En inderdaad bleek deze juf weer net zo leuk als eerst.

Gaat uw kind voor het eerst naar de middelbare school? Dat is een spannende tijd. Houd er rekening mee dat hij of zij de komende weken erg moe zal zijn van alle indrukken. Help uw kind met het plannen van het huiswerk, maar zit hem niet te veel op zijn nek anders levert het alleen maar ruzie op.

Is uw kind blijven zitten? Dan komt hij in een nieuwe klas en krijgt hij werk dat hij al eens voorbij heeft zien komen. Voor de een is dit een rustgevende gedachte, voor de ander juist een bron van frustraties. Praat dus met uw kind over hoe het gaat. Met het werk, maar vooral ook op sociaal gebied. Stel vragen op een positieve, ontspannen manier, zodat uw kind zich niet onder druk gezet voelt. Let goed op de signalen die hij afgeeft.

Communicatie is het allerbelangrijkst in de relatie tussen ouders, kinderen en leerkrachten.



Passend onderwijs

Artikelen Posted on Wed, February 04, 2015 16:18

Passend onderwijs, wat is dat nu eigenlijk? En hoe wordt dit vormgegeven op het gebied van hoogbegaafdheid?

Passend onderwijs gaat over een zo passend mogelijk onderwijsaanbod voor alle leerlingen. Niet alleen voor leerlingen met een beperking of een leerprobleem, maar ook voor talentvolle en hoogbegaafde leerlingen. Passend onderwijs stelt de onderwijsbehoefte van de leerling centraal. Eerst was er voor elke school een ‘potje’ beschikbaar, waarmee diagnostiek en extra begeleiding kon worden ingekocht voor leerlingen die dat nodig hadden. Begrijpelijkerwijs was dit potje vaak al leeg voordat men aan de hoogbegaafde leerlingen toekwam. Vaak was er al niet genoeg geld beschikbaar voor diagnostiek van álle kinderen waarbij dyslexie of ADHD werd vermoed. Met het passend onderwijs zijn er ook financiële
mogelijkheden voor de hoogbegaafde leerling. Voor het onderwijs aan
hoogbegaafde leerlingen en het treffen van voorzieningen komt extra geld
beschikbaar.

De behoeften van de hoogbegaafde leerling vallen binnen de basisondersteuning, die elke school moet kunnen bieden. Voor deze leerlingen betekent dit bijvoorbeeld dat de stof compacter wordt aangeboden, dat zij verrijkende stof krijgen en/of een klas kunnen overslaan. Voor lichte ondersteuning kan een school extra middelen
gebruiken, door bijvoorbeeld plusklassen aan te bieden, waar een
gespecialiseerde leerkracht het onderwijs verzorgt. Daarnaast kan het
samenwerkingsverband zorgen voor extra zorg voor kinderen die naast de hoogbegaafdheid een leer- of communicatieprobleem hebben, zoals dyslexie, ADHD of autisme.

Voor kinderen met ernstige gedragsproblematiek, een zintuiglijke beperking of een verstandelijke beperking blijft het speciaal onderwijs beschikbaar. Het is dus niet zo dat het hoogbegaafde kind zal ondersneeuwen tussen klasgenoten die meer zorg vragen. Het passend onderwijs moet juist goed voor hen zorgen.

Binnen een samenwerkingsverband kunnen scholen zich eventueel specialiseren. Zo heeft de ene school bijvoorbeeld bijzondere aandacht voor leerlingen met dyslexie en de andere voor leerlingen met hoogbegaafdheid. Ouders hebben echter altijd het laatste woord over de school waarop hun kind wordt geplaatst.

Zoals u ziet biedt het passend onderwijs extra kansen voor hoogbegaafde kinderen. Laten we er samen voor zorgen dat deze belofte wordt waargemaakt!



De zin en onzin van cijfers

Artikelen Posted on Wed, February 04, 2015 16:17

Op de meeste Nederlandse scholen wordt het cijferrapport gebruikt. De leerlingen krijgen voor hun werk een cijfer op een schaal van 1 tot 10. Enkele keren per jaar worden de gemiddelden van de cijfers voor rekenen en taal, aardrijkskunde en geschiedenis weergegeven op het rapport dat de kinderen mee naar huis krijgen en trots (of minder trots) aan hun opa’s en oma’s kunnen laten zien.

De voordelen van het cijferrapport zijn duidelijk: je ziet waarin het kind sterk en minder sterk is ten opzichte van zichzelf, je ziet hoe het kind het doet in vergelijking met klasgenoten en je ziet of het kind in de loop van het jaar vooruit of achteruit gaat.

Nadelen zijn er echter ook: wat bepaalde cijfers betekenen is niet altijd duidelijk. Zo is het cijfer voor gym bijvoorbeeld minder belangrijk dan het cijfer voor rekenen. En misschien geeft de aardrijkskundelerares wel lagere cijfers dan de juf die de rest van de vakken geeft, omdat zij een 7 ‘heel goed’ vindt. Voor kinderen en hun ouders is het cijferrapport dus toch weleens verwarrend. Leerlingen roepen ook geregeld dat het niet eerlijk is dat ze ‘maar’ een 8 voor hun spreekbeurt hadden: hun vriendje had ook een 8 en die spreekbeurt was ‘veel slechter’, volgens hen. Daarin zit echter ook voor de leerkracht de moeilijkheid. Hoe beoordeel je een spreekbeurt objectief? Het is geen kwestie van ‘drie fouten’.

Aan de hand van hun cijferrapporten vergelijken leerlingen zichzelf met
klasgenoten. Waar sta ik ten opzichte van hen? Het voordeel hiervan is dat de meeste kinderen zo een realistisch beeld ontwikkelen van hun schoolse
vaardigheden. Maar geldt dit ook voor de hoogbegaafde kinderen? En voor de kinderen die het schoolwerk juist heel lastig vinden? Hoe is het om altijd
bovenaan te staan, of altijd onderaan te bungelen? Wat doet dat met je
zelfbeeld?

Altijd de laagste cijfers halen is niet goed voor je zelfbeeld, maar altijd de hoogste cijfers halen vervormt het zelfbeeld ook. Hoogbegaafde kinderen, althans zij die niet onderpresteren, leren hiervan dat ze altijd ‘zomaar’ de beste zijn en dus ook altijd zullen blijven in toekomstige situaties. Dat is niet
realistisch. Wanneer deze kinderen naar de eerste klas van het vwo gaan, of
naar een school waar voltijds hoogbegaafdenonderwijs wordt geboden, krijgen ze een klap: ze zijn opeens niet meer de slimste.

Is het eigenlijk wel zo belangrijk dat kinderen zélf weten welke cijfers ze halen? Is het niet belangrijker hen feedback te geven over hun inzet? ‘Je hebt hard gewerkt’ is immers een veel interessantere opmerking dan ‘9’.



Vragenlijst Onderscheid Hoogbegaafdheid en ADHD

Artikelen Posted on Wed, February 04, 2015 16:15

Bij Pluspunt komen geregeld ouders met de vraag: ‘is dit ADHD, of is het
hoogbegaafdheid?’. Vaak is er tussen ouders en school discussie ontstaan over de reden van het drukke en/of afgeleide gedrag van het kind. Soms is bij een kind zelfs al ADHD vastgesteld, terwijl later blijkt dat het kind hoogbegaafd is en het gedrag voortkomt uit motivatie dan wel demotivatie. Andersom gebeurt dit net zo goed.

Een hoogbegaafd kind dat zeer gemotiveerd is voor een taak, kan overlopen van enthousiasme en hyperactief worden. Als het kind juist gedemotiveerd is, zal het niet meer opletten tijdens de les en dus afwezig overkomen.

Om het onderscheid te kunnen maken is bij Pluspunt de Vragenlijst Onderscheid Hoogbegaafdheid en ADHD ontwikkeld.

De VOHAD is tot stand gekomen na onderzoek naar zichtbare verschillen in
schijnbaar hetzelfde gedrag. Verschillen bijvoorbeeld voor wat betreft de duur van het gedrag en de situaties waarin het optreedt. Om onderscheid te maken tussen ADHD-gedrag en (de)motivatiegedrag is gekeken naar de criteria van de DSM-5. Vervolgens is er een splitsing gemaakt in de oorzaak van de gedragingen.

Met behulp van de VOHAD kunt u een duidelijk onderscheid maken tussen gedrag dat past bij de diagnose ADHD en gedrag dat voortkomt uit motivatie dan wel demotivatie bij hoogbegaafdheid. Het is een inzichtelijk instrument, dat op zichzelf niet bedoeld is om een diagnose te stellen, maar wel om misdiagnose zoveel mogelijk te voorkomen.

Het gebeurt geregeld dat een hoogbegaafd kind ten onrechte de diagnose ADHD krijgt. Omgekeerd gebeurt het ook dat een kind onterecht géén diagnose krijgt, en dus passende hulpverlening moet ontberen, omdat men ervan uitgaat dat het gedrag voortkomt uit hoogbegaafdheid.

Hoogbegaafdheid hoeft niet altijd tot problemen te leiden. Als het onderwijsaanbod echter niet aansluit bij het niveau van het kind, kan dit demotivatie tot gevolg hebben. Een gedemotiveerd kind let niet op tijdens de les, verveelt zich en zoekt dus afleiding in andere bezigheden. Zo kan het kind een stoorzender worden in de groep.

Wanneer een hoogbegaafd kind juist zeer gemotiveerd is voor een taak, kan het hyperactief gedrag vertonen, puur uit enthousiasme. Ook worden hoogbegaafde kinderen door hun omgeving vaak als zeer ‘intens’ beleefd, net als kinderen met ADHD. Het is dus lastig hier goed onderscheid tussen te maken. Met de VOHAD krijgt u meer inzicht in de subtiele verschillen in gedrag.

De VOHAD is bedoeld voor het interpreteren van het gedrag van kinderen van 6-18 jaar. De vragenlijst kan worden ingevuld door de ouder(s)/ verzorger(s) of de leerkracht(en) van het kind. Het scoren en interpreteren van de resultaten wordt liefst gedaan door een psycholoog of orthopedagoog, maar een leerkracht kan aan de hand van de resultaten ook gemakkelijk zien of verder onderzoek noodzakelijk is.

De VOHAD is te bestellen bij onze uitgeverij: https://adviesbureauhoogbegaafdheid.nl/uitgeverij/boeken%20hoogbegaafdheid.html

Nog in ontwikkeling is de VOHAS, de Vragenlijst Onderscheid Hoogbegaafdheid en ASS.



« PreviousNext »